In de klassieke muziek heb ik een sterke voorkeur voor de muziek van de zeventiende en achttiende eeuw. De allergrootste is natuurlijk Johan Sebastiaan Bach, een componist zo veelzijdig dat er niet voor niets een uitgebreide startpagina van bestaat.
Maar ik ben ook erg verknocht aan de muziek van Georg Friedrich Händel, Antonio Vivaldi en Henry Purcell. Vooral de vertolkingen van de countertenor Andreas Scholl behoren tot het mooiste ooit gemaakt. Beluister bijvoorbeeld het huiveringwekkende Cum dederit uit Vivaldi's Nisi Dominus en je weet waarom ultieme schoonheid gewoon bestaat. Voor nog geen twee tientjes gewoon te koop bij de cd-winkel.
Vanzelfsprekend is de combinatie van Bach gezongen door Scholl ideaal, bijvoorbeeld in Vergnügte Ruh, beliebte Seelenlust of in het onnavolgbare Agnus Dei uit de hoge mis, BWV 232.
Mozart staat op eenzame hoogte voor de late achttiende eeuw. Zijn oeuvre is een hooggebergte in de klassieke muziek, nooit overtroffen in breedte en diepte. Bijna 700 werken, waarin vrijwel geen zwakke schakels zitten. Met als magnifiek sluitstuk een Requiem dat ook na 4000 keer beluisteren toch weer tranen laat komen. Of neem Laudate Dominum, natuurlijk uitgevoerd door Emma Kirkby. Ongelofelijk.
Na Mozart komt nog Schubert, maar echt mooi wordt het pas weer met Claude Debussy en Igor Strawinsky.